Nieuws

Ondergrondse bondgenoten

Een gezonde plant in een gezonde bodem!



Terug naar overzicht
Delen

Samen met 20 landbouwers in Zuid-Hageland werken het regionaal landschap en de Bodemkundige Dienst van België sinds 2019 aan koolstofopslag in de bodem. Door organische stof (=koolstof) op te bouwen in de bodem, wordt een hoop CO2 uit de atmosfeer opgeslagen. Dat proces duurt wel enkele jaren, maar een bodem met een optimaal koolstofgehalte helpt in de strijd tegen de klimaatopwarming én geeft een betere opbrengst voor de landbouwer.

De Bodemkundige Dienst van België maakte de afgelopen jaren een ‘koolstofboekhouding’ van alle deelnemende landbouwbedrijven. Zo kregen de landbouwers een overzicht: hoeveel koolstof komt er binnen in mijn bedrijf en sla ik in mijn bodems op, hoeveel broeikasgassen gaan hier buiten. Vervolgens keken we samen naar verschillende manieren om die balans in de goede richting te krijgen: voor iedere kilogram koolstof die je langdurig in de bodem stopt, heb je immers 3.7 kg CO2 uit de atmosfeer gehaald! De landbouwers kozen uit verschillende maatregelen de acties die het beste bij hun bedrijfsvoering pasten.

Ondertussen worden veel van deze maatregelen overal ter wereld toegepast en is ‘carbon farming’ hip geworden! Maar als jij een tuin hebt, kan je ook meedoen: “ carbon gardening”, iemand?

Vijfhonderd regenwormen

Met je voeten in een bak grond vol regenwormen? Als je een plant was zou je niets liever hebben. Regenwormen zijn een prima indicator voor de gezondheid van een bodem. Dat heeft te maken met het bodemvoedselweb, een wirwar van interacties tussen al wat onder de grond leeft. Een goed werkend bodemvoedselweb kan je een hoop werk besparen, in je tuin of op je akkers.

Dat zit zo. Om te groeien halen planten voedingsstoffen uit de grond waarin ze wortelen. Onze hulp hebben ze daar niet voor nodig – ze hebben het miljoenen jaren zonder ons gedaan! Wel hebben ze een slimme overeenkomst gesloten met het bodemleven, waarvan een groot deel microscopisch klein is: bacteriën, ééncelligen, schimmels en allerlei wormen en insecten. In een glibberig laagje dat als een aansluitend jasje rondom de plantenwortels zit, de rhizosfeer, verwerken bacteriën en schimmels koolstofverbindingen van de plant tot mineralen. Dat heet mineralisatie. Die mineralen kunnen weer door de plant worden opgenomen. Verschillende bacterie- en schimmelsoorten mineraliseren verschillende koolstofverbindingen. Afhankelijk van het volkje dat een plant ondergronds aantrekt, kan ze dus verschillende voedingsstoffen verkrijgen. De samenstelling van dat volkje wisselt continu.

De bacteriën en schimmels die samenwerken met planten zijn lekkere hapjes voor ééncellige diertjes (protozoa) en rondwormen (nematoden), die op hun beurt een heerlijke snack zijn voor, jawel, regenwormen, maar ook insecten en spinnen. Die laatste groep doet dan weer vogels, muizen en mollen watertanden. Je las het al, het is een web van interacties, het bodemvoedselweb.

 

© RLZH - geleedpotige
© RLZH - rondwormen
© RLZH - microben
© RLZH - pissebed

Nu begrijp je bijna waarom regenwormen zoveel vertellen. Zijn er veel regenwormen, dan wil dat zeggen dat er een rijkdom aan protozoa en bacteriën is, en dus voedingsstoffen voor je planten. Bovendien wroeten al die beestjes in de bodem, waardoor ze, samen met schimmeldraden, zorgen voor een bodemstructuur die lucht en water binnenlaat en vasthoudt. Tot slot zorgt deze diversiteit aan bodemleven voor een gezonde onderlinge concurrentie, waardoor ziekteverwekkende organismen in bedwang worden gehouden.

Bestrijdingsmiddelen worden al duizenden jaren gebruikt om een goede oogst te verzekeren, maar nooit zo chemisch en nooit zo intens als sinds de jaren ’40. Na 20 jaar al, in 1960, werd duidelijk dat dat intense gebruik op lange termijn niet houdbaar was. Het volledige bodemvoedselweb is er namelijk de dupe van, slechteriken èn goeieriken. Het aanleveren van natuurlijke voedingsstoffen valt weg. Om te compenseren moeten in tuinen en landbouw kunstmatige voedingsstoffen worden toegediend. Dat is duur en een pak minder efficiënt. De bodem wordt minder vruchtbaar, gevoeliger voor erosie en geeft meer CO2 vrij. Als het microscopisch kleine leven onder de grond verdwijnt, heeft dat dus op grote schaal gevolgen. Gelukkig kan het ook met minder of zonder bestrijdingsmiddelen. Lees verder om te leren hoe!

Koolstofboekhouding

De koolstofbalans van een landbouwbedrijf bekijk je op bedrijfsniveau. Mia Tits, bodemspecialist bij de Bodemkundige Dienst van België (BDB), legt uit hoe ze voor elk bedrijf een koolstofboekhouding opmaken: “Eerst brengen we het bedrijf in kaart. Bij sommige activiteiten wordt koolstof opgeslagen, bij andere activiteiten is er dan weer koolstofverlies.” Klik op de figuur hieronder voor een overzicht van deze activiteiten.

 

“Voor onze boekhouding volgen we de weg van koolstofdioxide,” zegt Mia, “het beruchte broeikasgas dat koolstof bevat (CO2). Gaat het over opslag van koolstof, dan spreken we over het omzetten van CO2 in biomassa door planten, waarbij koolstof gebruikt wordt als bouwsteen, van suikers (C6H12O6) bijvoorbeeld. Als de plant sterft en blijft liggen, of oogstresten worden ingewerkt in de bodem, komt deze biomassa rechtstreeks terecht in de bodem. Onrechtstreeks kan het ook, als de plant al een heel verwerkingsproces heeft doorlopen en compost is geworden, of dierlijke mest.

In de bodem wordt biomassa door bodemorganismen verwerkt tot humus, waarbij een deel van de koolstof opnieuw wordt vrijgezet. Wanneer koolstof vrijkomt, is dat steeds in gasvorm, als CO2 dus, omdat het een restproduct is bij afbraak en verbranding van organisch materiaal.” De koolstofbalans van een bedrijf zegt dus iets over de bijdrage van dat bedrijf aan de opwarming van de aarde. “We brengen trouwens niet alleen CO2-stromen in kaart,” zegt Mia, “we kijken ook naar lachgas (stikstofdioxide, N2O), omdat het als broeikasgas 273 keer sterker is dan CO2!”

Koolstofbouwers Philippe Avermaete en Nele Kempeneers vertellen...

 
"Onze gewassen zijn weerbaarder."

 

“Zorgen voor duurzame koolstofopslag zit bij de Beenshoeve in de algemene filosofie, wij zijn daar alle dagen mee bezig. Acht jaar geleden zijn wij gestopt met ploegen en sinds een jaar zaaien we groenbemesters via directzaai. We werken met stalmest. Voor onze gewassen, tarwe, bieten, uien, maakt dat een zichtbaar verschil. Ze hebben minder behoefte aan stikstof omdat ze niet moeten compenseren voor een tekort aan andere voedingsstoffen. Ze staan sterker en zijn weerbaarder. We merken ook dat de bodem vruchtbaarder is, meer vocht vasthoudt, dat dat samengaat met een rijker bodemleven, regenwormen, insecten, en daarbovenop is er nog eens minder erosie. Daarnaast hebben we enkele houtkanten en agroforestry in de percelen van de huiskavel. We vinden dat belangrijk voor de toekomst.”

naar het project 'landbouwers koolstofbouwers'

Wat kan jij doen?

Je kan zorgen voor langdurige koolstofopslag in biomassa door houtkanten, hagen, heggen en bomen te planten, door meerjarige gewassen te telen, en meerjarig of blijvend grasland aan te leggen. Koolstofopslag in de bodem kan je verhogen door dierlijke of organische mest, compost, houtsnippers of gewasresten in te werken in de bodem, groenbedekkers te zaaien en diepwortelende gewassen te telen. Helpen verder nog bij het verminderen van CO2- en lachgasuitstoot: minder of geen intensieve bodembewerkingen, het gebruik van kunstmest en ureum verminderen en beredeneerd gebruik van stikstofbemesting.

Boekentip!

'Het bodemvoedselweb: alle kleine beestjes helpen' van Lowenfels en Lewis. Fijn lezen want begrijpbare taal en praktische tips.